Persbericht

Minister Clarinval moderniseert de toegang tot het beroep van architect als rechtspersoon en de werking van de Orde van Architecten

Op woensdag 27 maart 2024 heeft de Commissie Economie van de Kamer op voorstel van minister van Zelfstandigen David Clarinval een wetsontwerp goedgekeurd dat een bepaald aantal wijzigingen bevat met het oog op de modernisering van de toegang tot het beroep van architect en van de werking van de Orde van architecten. Deze wijzigingen komen tegemoet aan de specifieke vragen van de sector, waarop minister Clarinval een antwoord wou geven tijdens zijn mandaat.

 

Het wetsontwerp wijzigt de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect en de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten. Het gaat om een tweede reeks wijzigingen voor het beroep.

 

In het ontwerp dat vandaag goedgekeurd werd, heeft een eerste wijziging betrekking op de versoepeling van de voorwaarden voor de toegang tot het beroep door een rechtspersoon. De proportionaliteit van de huidige bepalingen werd immers in vraag gesteld door de Europese Commissie. Te strenge voorwaarden kunnen de mogelijkheid voor  beroepsbeoefenaars om hun krachten te bundelen of gebruik te maken van innovatieve structuren, beperken.

 

De volgende versoepelingen werden ook goedgekeurd:

•            Een rechtspersoon mag lid zijn van het bestuursorgaan;

•            De meerderheid (meer dan 50 %) van de leden van het bestuursorgaan moeten beroepsbeoefenaars zijn, in plaats van de huidige 100 %. Enkel deze beroepsbeoefenaars mogen bestuurshandelingen verrichten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van het beroep van architect of de rechtspersoon vertegenwoordigen in rechtshandelingen die het beroep van architect betreffen;

•            De meerderheid van het kapitaal of de stemrechten moet in het bezit zijn van beroepsbeoefenaars, in plaats van de huidige 60%;

•            het doel moet de activiteit van architect vermelden en in voorkomend geval ook de andere uitgeoefende activiteiten die niet onverenigbaar mogen zijn met het beroep, om zo in overeenstemming te zijn met het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

 

Het wetsontwerp beoogt eveneens een wettelijke basis te geven voor de verplichting voor elke architect die als vastgoedmakelaar werkzaam is, om kwaliteitsrekeningen (derdenrekening en rubriekrekening) te hebben. Er werd immers vastgesteld dat banken momenteel weigeren dergelijke rekeningen te openen omdat deze verplichting niet in de wet opgenomen is.

 

Tot slot is er een lichte wijziging voorzien van de wet van 1963 om de omzetting te voltooien van de richtlijn inzake de erkenning van de beroepskwalificaties van dienstverleners die tijdelijk en occasioneel het beroep van architect uitoefenen in België. Dit komt tegemoet aan een recente vraag van de Europese Commissie.

 

Deze wijzigingen komen bovenop de verschillende maatregelen die de minister genomen heeft tijdens deze legislatuur met betrekking tot het beroep van architect: de modernisering van de deontologische code en de update van de benoemingscriteria voor de afgevaardigden van het onderwijs in de Nationale Raad van de Orde.

 

Minister Clarinval benadrukte zijn gehechtheid aan deze twee voorstellen: “Ik ben blij dat ik een concreet antwoord kon formuleren op de vragen van de sector. Deze technische wijzigingen zullen een betere organisatie van het beroep mogelijk maken. Zij zullen het ook eenvoudiger maken voor de architecten die zich willen organiseren in een rechtspersoon, en zo hun krachten willen bundelen om mooie projecten te ontwikkelen.”