Flexi-jobs in de landbouw: minister Clarinval bevestigt opnieuw dat de sector nooit werd gedwongen om een keuze te maken tussen flexi-jobs en seizoensarbeid
Na de publicatie van een artikel in het tijdschrift Landbouwleven « Keuze tussen seizoensarbeid en flexi-jobs - Landbouwsector past voor flexi-jobs », wil minister van Werk en Landbouw David Clarinval opnieuw verduidelijken dat, in tegenstelling tot wat beweerd wordt, de land- en tuinbouw nooit gedwongen werd een keuze te maken tussen flexi-jobs en seizoensarbeid. “Ik heb het herhaaldelijk gezegd : de twee stelsels kunnen perfect naast elkaar bestaan. Er is nooit een verplichting geweest om af te zien van seizoensarbeid om een beroep te doen op flexi-jobs”, onderstreept de minister.
De uitbreiding van de flexi-jobs naar alle sectoren is er net op gericht werkgevers en werknemers extra flexibiliteit te geven, zonder de bestaande regelingen die tegemoet komen aan de specifieke noden van bepaalde sectoren, zoals de landbouw, in vraag te stellen. Het aangenomen kader voorziet trouwens uitdrukkelijk in bewegingsruimte voor de sociale partners op sectoraal niveau, waardoor zij de regeling kunnen omkaderen of niet activeren. Deze keuze hangt dus af van de sociale dialoog.
Minister Clarinval voegt eraan toe: “Deze situatie voorstellen als een opgelegd alternatief is niet correct. Landbouwers beschikken vandaag gewoon over een extra instrument, dat zij al dan niet kunnen gebruiken, in functie van hun operationele realiteit.” De minister herinnert eraan dat flexi-jobs een kans zijn om bepaalde administratieve stappen te vereenvoudigen, een antwoord kunnen bieden op tijdelijke behoeften aan arbeidskrachten en extra inkomsten kunnen bieden binnen een wettelijk en transparant kader.