David Clarinval geeft spaarders een duwtje in de rug
De minister van Economie heeft beslist om de maximale rentevoet die van toepassing is op langlopende levensverzekeringen voor 2027 op 3,75 % te behouden, ondanks het voorstel van de Nationale Bank om die te verlagen tot 2,75 %.
Terwijl meerdere verzekeraars onlangs een verhoging aankondigden van de rentevoeten op hun langlopende levensverzekeringen (tak 21), kiest minister van Economie David Clarinval ervoor om deze concurrentiële dynamiek op de spaarmarkt te ondersteunen. De Nationale Bank had in juli jongstleden aan de minister voorgesteld om de maximale rentevoet op levensverzekeringen van lange duur voor 2027 vast te leggen op 2,75 %. De FSMA bracht, net zoals het jaar daarvoor, een ongunstig advies uit over dit voorstel en pleitte voor de afschaffing van het systeem van renteplafonds. David Clarinval besliste bij ministerieel besluit om de maximale rentevoet voor 2027 te behouden op 3,75 %, zijnde het hoogste plafond dat de huidige wetgeving toelaat.
Aanzienlijke stijging van de rentevoeten sinds januari 2026
Tot eind 2025 was de maximale rentevoet die verzekeraars konden aanbieden voor hun langlopende levensverzekeringen geplafonneerd op 2,50 %. Een beslissing die door de vorige regering werd genomen.
De eerste keer dat minister Clarinval als nieuwe minister van Economie de bevoegdheid kreeg om de rentevoet aan te passen, was voor het jaar 2026. De Nationale Bank had hem voorgesteld om deze maximale rentevoet tot het einde van 2026 te behouden op 2,50 %. De minister heeft evenwel beslist om van koers te veranderen en dit marktsegment te liberaliseren na meer dan een decennium van staatsinmenging. De maximale rentevoet voor 2026 werd door de minister dus vastgelegd op het absolute plafond dat de huidige wet hem toestaat, namelijk 3,75 %. Deze beslissing werd door bepaalde actoren sceptisch onthaald. Volgens hen zou de door de verzekeraars aangeboden rentevoet niet aanzienlijk stijgen na de beslissing van de minister. De voorbije acht maanden hebben echter precies het tegenovergestelde aangetoond. Terwijl het merendeel van de verzekeraars tot eind 2025 rentevoeten aanbood die nog onder de oude limiet van 2,50 % lagen, bieden sommige verzekeraars vandaag rentevoeten aan die oplopen tot maar liefst 3,25 %. De recente uitgifte van staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar aan een rentevoet van 3,7 % (bruto) heeft deze dynamiek op de spaarverzekeringsmarkt nog versterkt.
Naar de volledige afschaffing van het plafond
Minister Clarinval wil nog verder gaan. De volledige afschaffing van het systeem van renteplafonds staat in het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake verzekeringen, dat in eerste lezing werd goedgekeurd door de Ministerraad van 20 juni jongstleden. Om de stabiliteit van de sector te garanderen, voorziet het wetsontwerp in nieuwe bevoegdheden voor de Nationale Bank: als een verzekeraar duidelijk onrealistische rentevoeten aanbiedt, zal de prudentiële autoriteit kunnen ingrijpen om de situatie te laten corrigeren. De tekst ligt nu voor advies bij de Raad van State en zal voor het einde van het jaar aan het Parlement worden voorgelegd. Zodra deze wet in werking treedt, zal het systeem van renteplafonds worden afgeschaft. De bij ministerieel besluit vastgelegde maximale rentevoet zal dan van rechtswege verdwijnen.
David Clarinval, minister van Economie: “Wij stellen verzekeraars in staat aantrekkelijkere aanbiedingen te doen en het spaargeld van burgers beter te laten renderen. Deze maatregel draagt ertoe bij de rentevoeten omhoog te trekken, bevordert de koopkracht en versterkt de concurrentie ten gunste van spaarders.”