Tijdelijk plafond voor de index: een evenwichtige hervorming om de koopkracht en het concurrentievermogen te beschermen
De Kern heeft overeenstemming bereikt over de contouren van de het tijdelijk plafond voor de index. Deze hervorming heeft het behouden van het automatische indexeringsmechanisme tot doel, waarbij de index op een gerichte en tijdelijke manier wordt aangepast. Deze hervorming beoogt de bescherming van de koopkracht van de overgrote meerderheid van de werknemers en sociale uitkeringsgerechtigden en tegelijkertijd de duurzame versterking van de concurrentiekracht van onze economie alsook van onze bedrijven door een verlaging van de loonkosten.
De hervorming van de centenindex past in een evenwichtige aanpak die erop gericht is de koopkracht te beschermen, de automatische indexering te behouden en het concurrentievermogen van de Belgische economie duurzaam te versterken. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, doet deze hervorming geen afbreuk aan het indexeringsprincipe, dat een pijler van het Belgische sociale model blijft. Integendeel, zij garandeert het voortbestaan ervan door het op een gerichte, voorspelbare en sociaal rechtvaardige manier aan te passen.
De essentie van de hervorming bestaat erin de koopkracht van de overgrote meerderheid van de werknemers en sociale uitkeringsgerechtigden volledig te beschermen. De indexering blijft integraal voor lonen tot 4.000 euro bruto per maand voor een voltijdse betrekking en voor uitkeringen en pensioenen tot 2.000 euro.
Concreet betekent dit dat alle voltijdse werknemers met een brutoloon van maximaal 4.000 euro volledig geïndexeerd blijven, zonder enig verlies aan koopkracht. Hetzelfde geldt voor de uitkeringsgerechtigden en voor de pensioenen, met inbegrip van de gezinspensioenen en de pensioenen voor alleenstaanden, die onderworpen worden aan hetzelfde plafond van 2.000 euro.
De hervorming is gebaseerd op een duidelijke en juridisch waterdichte definitie van het in aanmerking genomen loon, namelijk het contractuele of baremaloon. Deze keuze garandeert een uniforme toepassing van de maatregel, voorkomt ontwijkingseffecten en beperkt de administratieve lasten voor zowel bedrijven als overheidsdiensten. De bijdrage in verband met de geplafonneerde indexering wordt op basis van hetzelfde loon berekend, wat de leesbaarheid en de coherentie van de regeling versterkt.
In dit kader is een werkgeversbijdrage voorzien om de gevraagde inspanning op een gerichte manier te ondersteunen voor de hoogste lonen. Na een fase van voorlopige betaling zal de definitieve bijdrage van toepassing zijn op alle werkgevers voor lonen van meer dan 4.000 euro. De opbrengst van deze bijdrage zal volledig worden toevertrouwd worden aan het Globaal Financieel Beheer van de RSZ en zo rechtstreeks bijdragen tot de financiering en de houdbaarheid van de sociale zekerheid, zonder de rechten van de werknemers te verzwakken.
De hervorming van het tijdelijk plafond voor de index past volledig in het kader van de wet van 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. De mogelijke impact van de maatregel op de loonkosten en het concurrentievermogen zal objectief worden beoordeeld door de Centrale Raad voor het bedrijfsleven in zijn rapport waarin de maximale loonmarges worden vastgesteld voorafgaand aan de onderhandelingen over de volgende interprofessionele akkoorden. De sociale partners zullen van deze analyses op de hoogte worden gebracht en bij de reflectie worden betrokken. Bij gebrek aan overeenstemming binnen de Groep van 10 zal de regering haar verantwoordelijkheid nemen en een besluit nemen in overeenstemming met de wetgeving van 2017, waarbij zij zal zorgen voor een juist evenwicht tussen economisch concurrentievermogen en sociale rechtvaardigheid.
David Clarinval, minister van Werk en Economie: "De regering beschermt de koopkracht waar dat essentieel is, behoudt de automatische indexering als mechanisme om de inkomens te beschermen tegen inflatie en handelt op verantwoorde wijze om de concurrentiekracht van Belgische bedrijven te vergroten. Deze concurrentiekracht is noodzakelijk om investeringen te ondersteunen, banen te creëren en op middellange en lange termijn hogere lonen en een sterke sociale zekerheid te garanderen."