Toegang tot cash: publicatie van het evaluatieverslag en het actieplan over de beschikbaarheid van en de toegang tot cash in België

Context

Het federale regeerakkoord 2025-2029 voorziet in meerdere maatregelen om de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van cash in België te garanderen, met name de evaluatie van het protocol uit 2023 tussen de federale ministers en de banksector over geldautomaten (hierna “ATM-protocol”), evenals de evaluatie van de beschikbaarheid van cash voor burgers. 

Om deze maatregelen op een gecoördineerde manier uit te voeren, heeft minister Clarinval in april 2025 een federale werkgroep opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van de ministers van Economie, Financiën, Binnenlandse Zaken en Consumentenbescherming, alsook van de Nationale Bank van België (NBB) en de FOD Economie. 

Tussen mei 2025 en april 2026 is de werkgroep systematisch samengekomen om de verschillende stakeholders te raadplegen, met name Febelfin, Batopin, Brinks, Euronet, Loomis, bpost, de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de Union des Villes et Communes de Wallonie (UVCM), de Vereniging van steden en gemeenten uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Brulocalis), Financité, OKRA, TestAankoop, UCM, Unizo en Comeos. Er werd ook specifieke informatie verzameld bij, onder andere, de FOD Binnenlandse Zaken, de Koninklijk Munt van België, de Economische Inspectie, de financiële ombudsdienst (Ombudsfin) en de minister belast met Overheidsbedrijven. 

In maart 2026 finaliseerde de werkgroep een evaluatieverslag met de voornaamste resultaten van de twee evaluaties voorzien in het regeerakkoord. 

Op basis van dat evaluatieverslag hebben de ministers Clarinval, Jambon, Quintin, Matz en Beenders in april 2026 een actieplan uitgewerkt met de maatregelen die zij dit jaar en in 2027 zullen nemen om de geïdentificeerde uitdagingen aan te gaan en de beschikbaarheid en toegankelijkheid van cash in België te garanderen. 

Evaluatieverslag

Enkele bijzondere vaststellingen die in het verslag staan: 

Aantal ATM-sites en ATM’s:  

Op 31 december 2025 telde België 4 090 ATM’s verdeeld over 2 490 sites. In vergelijking met de vereisten van het ATM-protocol vertaalt dat zich in een overschot van 121 sites en 29 ATM’s. Op basis van de vooruitzichten zou de conformiteit met het protocol behouden blijven tot eind 2027: België zal dan 4 064 ATM’s tellen, verdeeld over 2 434 sites, met een overschot van 65 sites en 3 ATM’s in vergelijking met de vereisten van het protocol.

Aantal gemeenten zonder ATM: 

Op 31 december 2025 waren er drie gemeenten zonder ATM, terwijl het protocol op zijn minst één per gemeente eist. Het gaat om Estinnes (provincie Henegouwen), Wasseiges (provincie Luik) en Mont-Saint-Guibert (provincie Waals-Brabant). Op basis van de vooruitzichten zouden deze gemeenten tegen eind 2027 moeten beschikken over een ATM.

Dekkingsgraad: 

In vergelijking met 2021 werd er een verbetering vastgesteld in alle Waalse provincies en in Brussel voor wat de afstand betreft die burgers moeten afleggen om naar de dichtstbijgelegen ATM te gaan. De sterkste verbetering werd opgetekend in Waals Brabant (+ 7,7% in vergelijking met 2021). In 5 Vlaamse provincies (Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen) werd daarentegen een verslechtering vastgesteld. De sterkste daling werd genoteerd in Limburg (-5,6% in vergelijking met 2021). Op basis van de vooruitzichten zou de situatie in Vlaanderen tegen eind 2027 moeten verbeteren, maar in vergelijking met 2021 zou een lichte daling aanhouden in Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. De Nationale Bank schat dat er 7 extra ATM’s geïnstalleerd zullen moeten worden om te voldoen aan de vereisten van het ATM-protocol, zowel in termen van dekkingsgraad in vergelijking met de situatie eind 2021, als wat betreft de verplichting om ten minste één ATM per gemeente te voorzien.

Capaciteit:  

Op 31 december 2025 voldeed het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet aan de criteria van het ATM-protocol, dat bepaalt dat er in stedelijke gebieden minstens één ATM beschikbaar moet zijn per 2 500 inwoners. Om aan het protocol te voldoen, zijn in dit gewest 44 extra ATM’s vereist. Op basis van de vooruitzichten zou tegen eind 2027 een lichte verbetering worden vastgesteld, maar zouden er niettemin nog 33 extra ATM’s nodig zijn om aan het ATM-protocol te voldoen.

Stortingsfunctie 

Op 31 december 2025 had 87 % van de Belgische bevolking toegang tot een ATM met stortingsfunctie binnen een straal van 5 km. Dit cijfer ligt boven de 85 % die het ATM-protocol als minimumdoelstelling oplegt. Op basis van de vooruitzichten zou deze conformiteit met het ATM-protocol behouden blijven tot eind 2027.

Fysieke toegankelijkheid van de ATM-locaties: 

Volgens Febelfin is momenteel 76 % van de ATM-sites in België volledig toegankelijk voor personen in een rolstoel, 5 % is gedeeltelijk toegankelijk en 3 % is dat niet. Voor 16 % van de ATM’s zijn de gegevens momenteel onbekend of worden ze nog verwerkt.

Evolutie van het gebruik van cash:  

Tussen 2019 en 2024 is het aantal geldopnames aan ATM’s in België met 46,3 % gedaald. Het aantal stortingen is in dezelfde periode met 34,2 % afgenomen. Deze evolutie is ook zichtbaar in het gebruik van cash voor betalingen in België: het aandeel cashbetalingen bedraagt 39 % in 2024, tegenover 45 % in 2022 en 58 % in 2020. Deze dynamiek plaatst België, samen met Estland, op de 4de plaats van de landen van de eurozone waar het minst met cash wordt betaald, na Nederland, Finland en Luxemburg. Niettemin vindt in België 60 % van de ondervraagden het zeer tot vrij belangrijk om cash te kunnen betalen.

Actieplan

Het actieplan omvat 7 maatregelen, die als volgt samengevat kunnen worden: 

  1. Om te garanderen dat de huidige nabijheid van ATM’s in België in de toekomst niet verslechtert, zullen de bevoegde ministers een bindend akkoord met de banken onderhandelen en sluiten. Dit zal eveneens concrete engagementen bevatten met betrekking tot de fysieke toegankelijkheid, de werking, de netheid en de veiligheid van de ATM-sites, evenals de telefonische bereikbaarheid van de operatoren tijdens de openingsuren van de ATM’s in geval van een technische storing. De wettelijke basis voor dit bindend akkoord zal in 2026 worden gecreëerd en het eerste akkoord zal worden onderhandeld voor de periode 2027-2032. De Economische Inspectie zal gemachtigd zijn om toe te zien op de naleving van dit akkoord.
  2. Banken die zelf niet over ATM’s beschikken in België, maar waarvan de klanten gebruik kunnen maken van ATM’s die door andere banken zijn geïnstalleerd, zullen worden geresponsabiliseerd om op billijke wijze bij te dragen aan de investeringen die nodig zijn voor de installatie en het onderhoud van deze toestellen.
  3. De economische wetgeving zal tegen 2027 worden gewijzigd om handelaars toe te laten in hun winkels aangepaste ATM’s te installeren, die zij zelf zullen kunnen bevoorraden. Deze ATM’s zullen moeten voldoen aan aangepaste veiligheidsvereisten, zonder dat dit hun economische rendabiliteit in het gedrang brengt.
  4. In het kader van zijn nieuwe beheersovereenkomst met de regering (2027-2031) zal bpost worden belast met het behoud van zijn eigen ATM-netwerk, als aanvulling op het netwerk van de banksector.
  5. Voor het einde van het jaar zal een pilootproject worden opgestart om het tekort aan muntstukken in België te verhelpen. Het doel is dat banken en handelaars in hun lokalen machines installeren waarin burgers en handelaars hun muntstukken kunnen deponeren, zodat de gestorte waarde op de bankrekening van de klant wordt gestort of wordt omgezet in een waardebon.
  6. Gemeenten die belastingen heffen op ATM’s zullen in de toekomst niet langer het recht hebben om de aanwezigheid van ATM’s op hun grondgebied te eisen, zonder daarbij de doelstellingen van het actieplan inzake toegankelijkheid in het gedrang te brengen. Anderzijds zullen de banken in het kader van het bindend akkoord ertoe gehouden zijn zich in te spannen om rekening te houden met de voorkeuren van de lokale overheden wat betreft de locatie van nieuwe ATM’s. 

Om de rendabiliteit van de cash supply chain in België te verbeteren, zal de Commissie Beveiligd Vervoer worden verzocht gerichte maatregelen voor te stellen om de exploitatiekosten van geldtransporteurs te verlagen, door hun regelgeving efficiënter te maken. Daarnaast zal het Prijzenobservatorium worden belast met het uitvoeren van een studie naar de werking van de markt van de cash supply chain in België. 


Bijlagen:  

Evaluatieverslag van maart 2026. 

 

Politiek actieplan van april 2026.